Waarom een verzetsmonument en straatnamen voor onze verzetsstrijders van W.O. II?

C'axent Genk

 

Op 10 mei 1940 overweldigt de wrede Nazi bezettingsmacht België, een neutraal en soeverein land. Op dat moment bestond er een vrij breed gedragen Vlaams Nationale beweging (o.a. het VNV). Een aantal van die VNV-ers stonden a.h.w. de bezettende macht op te wachten; een aantal wilden de bezetting gebruiken voor een Diets en/of Vlaams Nationale staat binnen het Germaanse Rijk, en nog anderen stonden meer gereserveerd t.o.v. de bezetter.

 

De toen nog machtige katholieke kerk wachtte voornamelijk af en had zowel collaborateurs (waarvan er jonge mannen aanmoedigden om aan het Oostfront te strijden), als mensen die opriepen tot (passief) verzet in haar midden.

 

Veel VNV-ers kregen al spoedig invloedrijke postjes aangeboden, te beginnen met het ambt van provinciegouverneur. Deze Vlaamse intelligentsia collaboreerde met de bezettende macht. Binnen alle lagen van de Belgische bevolking ontstond er verzet tegen de Nazi’s en tegen hen die met hen collaboreerden. Ook binnen de gemeentelijke diensten, de mijnen, enz.

 

De inlichtingendiensten van de bezettende macht, bestaande uit Duitse en Vlaamse mensen, begonnen mensen van het verzet te verraden. Vlamingen traden daarbij toe tot SS en Gestapo…(Daarnaast werden er onder marteling ook verzetslieden verklikt door ‘eigen’ mensen.)

 

De gevolgen van dat verraad waren schrikbarend en mensonterend. Via het doorgangskamp van Breendonk werden heel wat Vlaamse verzetsstrijders naar concentratiekampen doorgestuurd. Vanuit Genk kwamen er in totaal 49 (verzets)mensen in Duitse concentratiekampen terecht. De hel die deze mensen daar meemaakten, alsmede de eerdere hel van velen in Breendonk is onbeschrijflijk. Jean Dubois kan er als laatste Genkse overlevende letterlijk over meepraten.

 

Vanaf midden 1943 begon het verzet liquidatielijsten aan te leggen van mensen die verzetsstrijders hebben verraden. Vaak handelden die ‘verraders’ in opdracht van de hoger geplaatste (m.n. VNV) bestuurscollaborateurs. Uiteraard namen de sabotagedaden ook toe.

 

Er bestonden twee grote verzetsstromingen: nl. de Witte Brigades (Geheim Leger, enz.) en de meer communistisch georiënteerde Partizanen. Daarnaast waren er ook ordinaire bandieten, waardoor sommige daden van het verzet in diskrediet werden gebracht. Bovendien heerste er binnen sommige rangen van de Partizanen ook enige anarchie, waardoor soms de lijn verzetsdaad/ misdaad niet meer scherp getrokken kon worden.

 

Of de Partizanen een ‘andere’ politieke agenda hadden (bijv. liever bevrijd willen worden door de Sovjet-Russen), is onduidelijk. Er waren ook in hun midden veel idealisten die de bevrijding van België van de onwettige Nazi bezettingsmacht wilden bereiken.

 

Om het geheel nog wat complexer te maken, was er tegen het einde van de oorlog enerzijds een behoorlijke leegloop bij de pro-Germaanse Rijk bewegingen, die onder druk radicaliseerden tijdens de bezetting, en anderzijds een plotse toename van ‘heldhaftige’ verzetslieden. Na de oorlog lieten sommige van die laatstgenoemde ‘helden’ geen gelegenheid onbenut om hun ‘Witte’ verleden te vernoemen en te (mis)bruiken.

 

De oorlog kwam ten einde en de overlevende verzetslui en hun families hadden hun ideaal bereikt. Maar velen zagen de dag van hun bevrijding niet! Omdat er ‘vrede’ moest komen, konden velen van hen hun dieptrieste verhalen niet kwijt.

De nieuwe overheden, de Kerk, de goegemeente, de meerderheid van de bevolking wilde dit zwarte hoofdstuk snel vergeten. In heel wat Vlaamse gemeentes kwam het niet eens tot het oprichten van een monument voor de mensen die tegen een wrede buitenlandse bezettingsmacht gestreden hadden. En een aantal collaborerende functionarissen kwam er na de oorlog beter vanaf dan hun ‘zwarte’ (soms ter dood veroordeelde) volgelingen, die in opdracht van die (vaak VNV) functionarissen handelden. Opdrachtgevers werden soms minder bestraft dan uitvoerders…

 

Documenten bleven onder het stof liggen totdat o.a. Roger Rutten details beschreef van de Zonhovense en Genkse situatie in zijn beide boeken. Hij kon tot nu toe verborgen bronnen inkijken, waardoor hij Vlaamse tendensen vanuit twee gemeentes minutieus kon documenteren.

 

Maar heeft dit alles nog wel actuele waarde?

 

Jazeker, zo lang er geen ‘gerechtigheid geschiedt’ aan de vele getraumatiseerde (nabestaanden van) verzetsstrijders kan dit dossier niet afgesloten worden! Het is toch te gek voor woorden: het Vlaamse Parlement wil enerzijds recht doen aan individuele slachtoffers van de repressie (mensen die dus vals beschuldigd werden van (ernstige) vormen van collaboratie), door hen de mogelijkheid te geven om amnestie te krijgen, met steun van het Vlaams Blok destijds.

En anderzijds bestaat er geen geïntegreerde wetgeving om in alle Vlaamse gemeentes (onder de Vlaamse voogdij!) recht te doen aan die mensen die hun leven waagden en vaak gaven, voor onze gewetens- en nationale vrijheid?!

 

Dat is maar mogelijk in ons land omdat er na de oorlog…door Vlaamse intellectuelen een ‘anarchistisch’ burgeroorlogachtig idee werd geschetst van het Verzet: van willekeurige liquidatielijsten bij verzetsbewegingen t.o.v. ‘goedbedoelende’ Vlaamse collaborateurs. Van loslopende plunderende bendes verzetslui, die van geen ‘Ordnung’ wilden weten.

 

Het punt dat Roger Rutten o.i. terecht maakt is het volgende. Het verzet tegen en de sabotage van een duivelse bezettingsmacht (10 mei 1940- eind september 1944) en het recht om niet-democratische verraders van verzetslieden te mogen aanvallen en zelfs liquideren, was en is legaal. En dat verdient in Zonhoven, in Genk en overal waar dat in Vlaanderen nog niet gebeurde, erkenning. Deze bruin/zwarte vlek op het Vlaamse blazoen moet grondig gezuiverd worden. De echte oorlogsslachtoffers (het principiële Verzet en hun nabestaanden) moeten, waar nodig, gerehabiliteerd worden. Dat kan door een monument voor hen op te richten, straatnamen aan te duiden, enz.

www.caxent.be
Christelijke Politieke Beweging