De toch altijd al zo verhitte discussie over de scheiding tussen kerk en staat heeft in de Verenigde Staten deze week een wanstaltig hoogtepunt bereikt. Inzet van de strijd, die nu het Hooggerechtshof heeft bereikt, is een simpel, metalen kruis bij een herdenkingsplaats voor gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog.
En dat niet midden in Washington of New York, maar in het Californische deel van de Mojavewoestijn, geliefde verblijfplaats van ratelslangen, hagedissen, ratten en coyotes.

Daar, op de Sunrise Rock, een kleine twintig kilometer ten zuiden van de weg van Las Vegas naar San Diego, richtte de afdeling Death Valley van de Veteranen van Buitenlandse Oorlogen (VFW) in 1934 een houten kruis op, met daarbij een plaquette met de tekst "Opgericht in herinnering voor de doden van alle oorlogen''. Het oorspronkelijke kruis is uiteindelijk vervangen door twee stalen buizen.
Precies dit kruis, letterlijk mijlenver van de bewoonde wereld, bedreigt nu de grondslag van de Verenigde Staten, als men de opgewonden commentaren in de liberale media moet geloven.
Het is het resultaat van de doorgeslagen drijverij van seculiere en liberale bewegingen om christelijke symbolen te verwijderen uit alle overheidsgebouwen en openbare plaatsen.
Deze drijverij begon al in de jaren twintig, maar kwam pas goed op gang aan het eind van de regering Clinton en vooral tijdens de regering Bush. De groeiende invloed van de 'evangelicals', de behoudende christenen, op de politiek was en is de liberalen een doorn in het oog. Op alle terreinen ontstond een ,culturele oorlogsvoering', zoals de evangelicals vorig jaar mei in een oprecht stukje zelfonderzoek en bescheidenheid erkenden.
Maar dit zelfonderzoek is nog niet doorgedrongen tot de tegenpartij, waarvan de ACLU, de Amerikaanse unie voor burgerlijke vrijheden, een van de meer radicale voorvechters is.
De afgelopen jaren heeft de ACLU tientallen rechtszaken aangespannen tegen gemeenten en staten om christelijke symbolen uit gebouwen, gemeentewapens en wat dies meer zij verwijderd te krijgen. Dit allemaal met een beroep op het eerste amendement bij de Amerikaanse grondwet, dat kort en goed vastlegt dat het Congres geen wet mag aannemen waarbij een staatsgodsdienst wordt opgericht en geen godsdienst boven de andere mag plaatsen. Zo moesten na gerechtelijke procedures diverse rechtbanken gedenkstenen of plaquettes met de tekst van de Tien Geboden verwijderen, mocht het stadje Republic in Missouri geen Ichtusvis in het stadswapen voeren en moest in 2004 van de ACLU zelfs Los Angeles het kleine kruis uit het stadswapen verwijderen. De Griekse godin Pomona, beschermster van tuinen en vruchtbomen, mocht wel levensgroot in het stadswapen blijven staan.
Ook in het geval van het kruis in de Mojavewoestijn leek de ACLU z'n zin te krijgen. Omdat in de jaren tachtig het gebied een nationaal reservaat was geworden, viel de Sunrise Rock nu onder het kopje 'overheidsterreinen'. Ook dat leverde geen problemen op, tot in 1995 een opziener van het park, Frank Buono, het kruis ontdekte. Als vurig aanhanger van de 'seperationisten' die een strikte scheiding tussen kerk en staat voorstaan, wist hij in 1999 een manier te vinden om het kruis zwart te maken. Een oude bekende van hem vroeg, om de zaak te forceren, toestemming om vlakbij het kruis een boeddhistische stupa te bouwen. Toen de leiding van het park dit weigerde was de zaak geboren: er werd een godsdienst boven de ander geplaatst, stellen Buono en de ACLU, die zijn zaak verdedigt.
Het gaat te ver om de verdere juridische gang van zaken te beschrijven, maar woensdag boog uiteindelijk het Hooggerechtshof zich in een eerste hoorzitting over deze zaak. Alle grote nieuwszenders berichtten er over en gerenommeerde kranten wijdden er opinieartikelen of zelfs hoofdredactionele commentaren aan.
Het gaat nu om twee zaken. Het Congres, dat de veteranen wilde helpen, heeft in 2003 een slimme oplossing bedacht door een are grond van de rots waarop het kruis staat, met een particulier te ruilen voor vijf are elders. Zo staat het kruis niet langer meer op overheidsterrein. Dit is door een rechtbank in Californië naar de prullenbak verwezen, de woestijn is immer nog steeds een nationaal reservaat.
De tweede zaak is, of Buono wel voldoende wordt 'aangetast' in zijn religieuze vrijheden en zo de zaak voor het gerecht mag brengen. De ACLU betoogt dat iedere keer als hij deze plaats bezoekt, Buono "moet lijden onder de keuze de aanwezigheid van dit religieuze teken te accepteren of de extra moeite te moeten nemen om het contact ermee te voorkomen''. De met de ACLU sympathiserende Americans United stelt dat "zelfs sublimale blootstelling aan wat iemand beschouwt als een 'negatief' religieus symbool nadelig kan zijn'', zowel of fysiek als psychologisch vlak. En dit kruis op een herdenkingplaats voor de gevallenen zou zelfs "werkelijk de verscheidenheid van onze strijdkrachten vernietigen'' en zo "de cohesie van militairen eenheden ondermijnen'' waardoor hun "vermogen tot het functioneren in het gevecht'' kan worden aangetast.
President Obama, waar de liberalen eerder hoge verwachtingen van koesterden, steunt dit soort drijverij niet, zo blijkt uit de opstelling van de landsadvocaat. Het leidt volgens hem alleen maar tot ongewenste sociale conflicten en verdeeldheid, zoals de 'evangelicals' vorig jaar ook constateerden over hun optreden. Maar deze opstelling van de regering jaagt de liberalen helemaal in de pen. Het Hooggerechtshof moet het kruis laten neerhalen, oordelen de seculiere media, anders wordt er "een gapend gat geslagen in de scheiding tussen kerk en staat'' aldus de Los Angeles Times. Als het hooggerechtshof het kruis laat staan, zoals de regering wil, "zijn we op het pad naar een staatsgodsdienst'', oordeelt de New York Times.
In deze overtrokken zaak is alle respect voor de oorspronkelijke bedoeling van het gedenkteken verdwenen en miljoenen veteranen maken zich druk of nu niet op veel meer begraafplaatsen monumenten het kruis moet verdwijnen, zoals op de nationale erebegraafplaats Arlington.
Bekende conservatieve christenen als Newt Gingrich, de voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, betogen dat "de kwaadaardige vijandigheid ten opzichte van religie de basis van de Amerikaanse vrijheid en voorspoed bedreigt''.
Een ding is wel duidelijk: de VS zijn zo allesbehalve 'one nation under God' zoals de schoolkinderen iedere morgen tijdens de eed van trouw nog moeten opzeggen. Die zinsnede willen de liberalen dan ook het liefst zo snel mogelijk afschaffen.
Amerikaanse christenen worstelen met de vraag, hoe ze op deze drijverij moeten reageren. Een even harde politieke opstelling aan de andere kant brengt de samenleving alleen maar meer schade toe. Er is na de bezinning over het te politieke karakter van eerdere campagnes nu meer ruimte voor geloofsrust. "Het Evangelie heeft geen symbolen nodig, het is sterk genoeg om op zichzelf te staan'', schrijft een voorganger. Deze houding biedt ruimte om met een andere aanpak te komen, die van Paulus uit de brief aan de Fillipenzen. "Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij'', adviseerde hij in een tijd waarin ook de nodige pogingen werden gedaan om christenen zwart te maken.
In de verdeelde Verenigde Staten is dit advies van grote waarde. De al te venijnige machtspolitiek die conservatieve christenen eerder hebben bedreven, is schadelijk gebleken. Het antwoord ligt niet in macht, maar in naastenliefde. Daar valt uiteindelijk ook de venijnigste tegenstander stil bij.