Israƫlcorrespondent: 'Terug achter grens 1967 is geklets'

.
Bron: Nederlands Dagblad, 18 maart 2009
Israëlcorrespondent Alfred Muller schreef een boekje over de Bijbelse landbelofte aan het Joodse volk. "Na 26 jaar wonen in Israël merk je dat de situatie telkens weer net iets anders ligt dan je had gedacht."
Wat hij zou doen wanneer hij met Nehemia, Elia of Jozua door het huidige Israël zou lopen, weet Alfred Muller niet goed. "Maar ik zou het waarschijnlijk moeilijk vinden om met Jozua, de oudtestamentische veroveraar van het beloofde land, op te trekken. We leven niet meer in de tijd van die leider van het volk Israël'', stelde Muller, Israëlcorrespondent voor onder meer deze krant, gisteren bij de presentatie van zijn boek ' Hoe groot mag Israël worden? '.
Na meer dan een kwarteeuw in Israël te hebben gewoond, ervaart Muller nog steeds de spanning die er is tussen de politieke realiteit van vandaag en de inmiddels drieduizend jaar oude landbelofte uit Genesis 15 in de Bijbel. "Als journalist valt het me op uit hoeveel invalshoeken het Midden-Oostenconflict bekeken kan worden, en dat er voor sterk uiteenlopende standpunten goede argumenten zijn. Dat maakt de situatie erg complex.'' De lering die Muller hieruit trekt, is dat politici moeten accepteren dat er nooit een bevredigende politieke oplossing komt. "De taak van politici in Israël is dan ook het neutraliseren van de grootste knelpunten.''
Apartheid
De belangrijkste problemen waar het moderne Israël voor staat, zijn volgens Muller het snel groeiende aantal inheemse Arabieren, hun vijandige houding tegenover de Joodse staat, de financiële last voor militaire dominantie in de Palestijnse gebieden (naar schatting zeven miljard dollar in de periode 1985 tot 2005) en het afnemend moreel bij de Israëlische troepen.
Van de vijf alternatieven die Muller schetste voor de status van de Palestijnen in Israël, lijkt de splitsing in twee staten de meest haalbare. Daarbij sluit hij grenscorrecties niet uit: "De landbelofte blijft, maar grenzen zijn flexibel. Ook moeten Palestijnen grond als compensatie krijgen voor het laten inlijven van Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bij Israël.
Andere mogelijkheden lopen dood, aldus Muller. "Inlijving en burgerschap voor de Palestijnen betekent het einde van de Joodse staat. Palestijnen als tweederangsburgers behandelen, maakt van Israël een apartheidsstaat zonder democratie. Deportatie van Palestijnen is een oorlogsmisdaad en het opleggen van een andere nationaliteit, bijvoorbeeld Jordaans burgerschap, zal geen steun krijgen in de Arabische wereld.''
Echter, een scheiding van Joden en Palestijnen stuit ook op bezwaren. Muller: "Een deling van het Joodse thuisland ligt zeer gevoelig. Bovendien is er de dreiging van een machtsovername door Hamas, waardoor de veiligheid van Israël in het geding komt, omdat grote delen van het land, met inbegrip van de internationale luchthaven Ben-Gurion, onder vuur kunnen komen te liggen. Ten slotte zijn er grote Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever: de ontruiming van een gebied waar een half miljoen Joden wonen, inclusief Oost-Jeruzalem, en terugtrekking achter de grenzen van voor 1967 is - om met de woorden van politiek wetenschapper dr. Shlomo Avneri te spreken - 'onverantwoordelijk geklets'.''
Bewustmaking
Europarlementariër Bas Belder (ChristenUnie/SGP) prees Mullers boekje, omdat het christenen bewust maakt van Israëls "immense veiligheidsprobleem''. Hij wees erop dat in geen enkel vredesverdrag met de Arabische wereld Israël als Joodse staat wordt erkend. Muller erkende dat de acceptatie van Israël als staat "een groot probleem'' is voor de Arabieren. "Zij voelen het als een voldongen feit, er is geen hartelijke acceptatie. Bij een scheiding in twee staten is erkenning van Israël dan ook een voorwaarde.''
In een reactie legde ds. Henk Poot, voorzitter van Christenen voor Israël, nadruk op de betekenis van de Westelijke Jordaanoever als platform van Bijbelse geschiedenis. Hij is dan ook tegen de terugtrekking uit dit landsdeel. "Met pijn in het hart vraag ik mij af waarom juist dit gebied ' Judenrein ' zou moeten worden. Het Palestijnse nationalisme stelde zestig jaar geleden weinig voor. Het Palestijnse volk is een creatie, ontstaan toen in 1967 de Westelijke Jordaanoever bij Israël kwam.''
Na meer dan een kwarteeuw in Israël te hebben gewoond, ervaart Muller nog steeds de spanning die er is tussen de politieke realiteit van vandaag en de inmiddels drieduizend jaar oude landbelofte uit Genesis 15 in de Bijbel. "Als journalist valt het me op uit hoeveel invalshoeken het Midden-Oostenconflict bekeken kan worden, en dat er voor sterk uiteenlopende standpunten goede argumenten zijn. Dat maakt de situatie erg complex.'' De lering die Muller hieruit trekt, is dat politici moeten accepteren dat er nooit een bevredigende politieke oplossing komt. "De taak van politici in Israël is dan ook het neutraliseren van de grootste knelpunten.''
Apartheid De belangrijkste problemen waar het moderne Israël voor staat, zijn volgens Muller het snel groeiende aantal inheemse Arabieren, hun vijandige houding tegenover de Joodse staat, de financiële last voor militaire dominantie in de Palestijnse gebieden (naar schatting zeven miljard dollar in de periode 1985 tot 2005) en het afnemend moreel bij de Israëlische troepen.
Van de vijf alternatieven die Muller schetste voor de status van de Palestijnen in Israël, lijkt de splitsing in twee staten de meest haalbare. Daarbij sluit hij grenscorrecties niet uit: "De landbelofte blijft, maar grenzen zijn flexibel. Ook moeten Palestijnen grond als compensatie krijgen voor het laten inlijven van Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bij Israël.
Andere mogelijkheden lopen dood, aldus Muller. "Inlijving en burgerschap voor de Palestijnen betekent het einde van de Joodse staat. Palestijnen als tweederangsburgers behandelen, maakt van Israël een apartheidsstaat zonder democratie. Deportatie van Palestijnen is een oorlogsmisdaad en het opleggen van een andere nationaliteit, bijvoorbeeld Jordaans burgerschap, zal geen steun krijgen in de Arabische wereld.''
Echter, een scheiding van Joden en Palestijnen stuit ook op bezwaren. Muller: "Een deling van het Joodse thuisland ligt zeer gevoelig. Bovendien is er de dreiging van een machtsovername door Hamas, waardoor de veiligheid van Israël in het geding komt, omdat grote delen van het land, met inbegrip van de internationale luchthaven Ben-Gurion, onder vuur kunnen komen te liggen. Ten slotte zijn er grote Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever: de ontruiming van een gebied waar een half miljoen Joden wonen, inclusief Oost-Jeruzalem, en terugtrekking achter de grenzen van voor 1967 is - om met de woorden van politiek wetenschapper dr. Shlomo Avneri te spreken - 'onverantwoordelijk geklets'.''
Bewustmaking
Europarlementariër Bas Belder (ChristenUnie/SGP) prees Mullers boekje, omdat het christenen bewust maakt van Israëls "immense veiligheidsprobleem''. Hij wees erop dat in geen enkel vredesverdrag met de Arabische wereld Israël als Joodse staat wordt erkend. Muller erkende dat de acceptatie van Israël als staat "een groot probleem'' is voor de Arabieren. "Zij voelen het als een voldongen feit, er is geen hartelijke acceptatie. Bij een scheiding in twee staten is erkenning van Israël dan ook een voorwaarde.''
In een reactie legde ds. Henk Poot, voorzitter van Christenen voor Israël, nadruk op de betekenis van de Westelijke Jordaanoever als platform van Bijbelse geschiedenis. Hij is dan ook tegen de terugtrekking uit dit landsdeel. "Met pijn in het hart vraag ik mij af waarom juist dit gebied ' Judenrein ' zou moeten worden. Het Palestijnse nationalisme stelde zestig jaar geleden weinig voor. Het Palestijnse volk is een creatie, ontstaan toen in 1967 de Westelijke Jordaanoever bij Israël kwam.''